Janninktoren

De belangrijkste nog bestaande textielfabriek is die van Gerh. Jannink & Zn. (Haaksbergerstraat 147). Deze stoomspinnerij en -weverij met ketelhuis en schoorsteen werd in 1900-'02 eveneens gebouwd naar plannen van Stott met H. Reijgers als uitvoerend architect, en bood plaats aan 30.000 spillen en 567 weefgetouwen. De spinnerij bestaat uit twee haaks op elkaar staande bouwvolumes van twee en drie verdiepingen, met op de snijlijn aan de straatzijde een massief trappenhuis annex sprinklertoren met afgeknot schilddak. Slechts de toren is voorzien van neoclassicistische vormen. Na sluiting in 1967 kreeg het spinnerijgedeelte in 1977-'81 nieuwe bestemmingen: textielmuseum Jannink en wooneenheden. Weverij en ketelhuis werden gesloopt. Bron: DBNL
Bij de spinnerij van Jannink (1900) werd in 1908 een extra verdieping op de traptoren geplaatst voor ‘een ijzeren reservoir inhoudende 28.000 liter water, dienende tot blussching van brand’.59
Bron: Scriptie
Terug naar vorige pagina
Plaats Enschede
Bouwjaar 1900. Reservoir in 1908
Hoogte -
Inhoud 28 m3
Architect(en) H. Reijgers / S. Stott
Bouwstijl Neoclassicistisch
Reservoirtype IJzeren reservoir
Monumentnummer 15299
Functie Fabrieksproces Sprinklertoren
Gesloopt Nee. Appartementencomplex
Adres Haaksbergerstraat 147
Coordinaten 52°12'49.4"N 6°53'11.2"E

Spinnerij Gerhard Jannink en Zonen

Aan de Haaksbergerstraat bevindt zich de voormalige textielfabriek (spinnerij) van Gerhard Jannink en Zonen, tegenwoordig bekend als het “Jannink complex”. De stoomspinnerij werd in 1900 naar Engels voorbeeld, de zogenaamde Lancashire stijl, gebouwd. De architect was de Engelsman Sidney Stott, die in heel Twente diverse textielfabrieken heeft ontworpen. Ook verzorgde hij zoals in die tijd gebruikelijk was de complete inrichting van het pand met machines uit Lancashire. Reden tot deze bouw was dat de aan de Zuiderhagen gelegen fabriek van Jannink, gesticht door lakenkoopman Egbert Jannink in 1819, door brand totaal was verwoest. De in de 19e eeuw gebruikelijke houtbouw in combinatie met het extreem brandbare katoen was niet bepaald een gelukkige combinatie voor het voorkomen van grote branden. Voor de nieuwe fabriek werd daarom het Engelse bouwconcept gebruikt met vuurvaste draag- en plafondconstructies, sprinklerinstallaties en brandtrappen. Kenmerkend voor het gebouw is de grote "watertoren" in het midden naar een ontwerp van architect H.Reijgers. Deze toren had naast de opslag van bluswater diverse andere functies: hierin bevonden zich namelijk ook de representatieve entree, het trappenhuis, de liftschacht (goederenlift) en de overbrengingen van de stoommachine. Na 1900 zijn er nog enkele grote verbouwingen geweest. In 1902 is aangrenzend een grote weverij gebouwd waarin zich 567 weefgetouwen bevonden, en de stoomspinnerij die oorspronkelijk twee verdiepingen had is in 1911-1912 met een derde verdieping uitgebreid. In de tweede wereldoorlog heeft de fabriek tijdens een bombardement op 22 februari 1944 grote schade opgelopen. In 1967 werd het bedrijf gesloten. Tegenwoordig staat de fabriek op de monumentenlijst als rijksmonument. Van de aangrenzende weverij, die in de jaren 80 door brand is verwoest, staat alleen de voorgevel nog overeind en deze is nu een gemeentemonument. Na een grondige renovatie in 1982 is de fabriek in gebruik als appartementencomplex.
Bron: Enschede in ansichten