Jannink complex,1900, spinnerij en weverij.
Rijksmonument
Opdrachtgever: Geh.Jannink & Zonen
Architect: Ph. S. Stott
Aannemer: H. Reygers

In 1900 besloot de Fa. Jannink een nieuwe spinnerij en weverij te bouwen op een terrein aan de Haaksbergerstraat, waarlangs de spoorlijn naar Ahaus gepland was. De Engelse architect S. Stott werd gevraagd om een ontwerp te maken voor het geheel. De moderne spinnerij werd ontworpen naar Engels voorbeeld, zoals een Lancashire spinnerij. De weefsheds werden in 1905 omgeven door een muur. In 1908 werd er een derde verdieping op de toren gezet ten behoeve van het waterreservoir van de sprinklerinstallatie. De torenbekroning werd afgebroken en na verhoging van de toren op dezelfde wijze en met hetzelfde materiaal weer opgetrokken. Gebroken en beschadigde delen werden opgetrokken ‘van dezelfde soort en zwaarte als het bestaande’.10 In 1911 werd de spinnerij links van de toren met een bouwlaag in dezelfde stijl verhoogd. Hierdoor heeft de linkervleugel van de spinnerij drie en de rechtervleugel twee bouwlagen.(fig.104)


Bron: Scriptie pag.97



De twee bovenste bouwlagen van de spinnerij en de toren hebben de meeste architectonische details. De gevelwand heeft door de grote vensters een regelmatige indeling. Deze indeling wordt geaccentueerd door bakstenen lisenen, die om de drie venstertraveeën op de muurdammen zijn aangebracht. De hoekpunten van de spinnerij hebben een krulvormige natuurstenen bekroning, die ook terugkomt op de toren en op de muur van de weverij. De pilasters op de muurdammen hebben een eenvoudiger bekroning. In de twee bovenste bouwlagen van de toren zijn ijzeren vensters met een natuurstenen omlijsting met sluitsteen aangebracht. De toren wordt bekroond door een afgeknot schilddak met een gietijzeren balustrade. (fig.105) 11 De spinnerij, de fabriekspijp en een deel van de weverijmuur van Jannink zijn als monument bewaard. De spinnerij heeft een nieuwe bestemming gekregen als textielmuseum en wooneenheden complex.