Inleiding
Uit het midden van de 19e eeuw daterende, cilindrische watertoren, in eclectische trant opgetrokken in baksteen op een natuurstenen plint, met een doorsnede van 8,20 meter en een hoogte van omstreeks 9 meter, gebouwd met drie verdiepingen met een twaalfzijdige uitkraging - gemarkeerd door een natuurstenen rondboogfries - onder een dito tentdak met overstek, aan de ZW-zijde een driezijdig beƫindigde uitbouw onder leien zadeldak, waarin de hoofdingang is opgenomen, die evenals de vensters - met halve en hele kruiskozijnen - en de tegenoverliggende toegang een omlijsting van natuursteenblokken van verschillende formaat bezit. (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)

Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed