Inleiding
Het hoofdgebouw is ingesloten tussen zijvleugels en telt aan de voorzijde drie en aan de achterzijde vier bouwlagen boven een souterrain. Het is opgetrokken uit rode baksteen op een onderbouw van grijze baksteen, met gebruik van sierbeton, afgewerkt met schelpen. Het heeft een middentoren met betonconstructie en koepel en met verbeterde Hollandse pannen gedekte zadeldaken en aan de achterzijde platte daken. De middenrisaliet vormt de onderbouw van de hoge toren en wordt geflankeerd door twee halfronde torenachtige uitbouwen opgaande vanuit een vierkante onderbouw met bollen op de hoeken. Deze uitbouwen zijn identiek aan die op de hoeken van het hoofdgebouw en hebben horizontale raamstroken met smalle, verticale roeden. De ramen op de eerste en tweede etage zijn in alle vier de uitbouwen na 1945 vergroot. Tussen de uitbouwen een breed bordes met trappen tussen ezelsrugmuren afgedekt met granieten dekplaten, bekroond met bollen en met smeedijzeren ornamenten en lantaarns op de hoeken. De entree is gewijzigd en voorzien van een recente luifel. Boven de ingang smalle ramen en een beeld van Vincentius onder baldakijn. Daarboven de naam Vincentius. De toren wordt ingesloten door en gaat deels op vanuit twee penanten die hoeklisenen dragen. Tussen de lisenen rijzige, driedelige raamstroken en daarboven onder de met koper beklede koepel vierkante wijzerplaten met koperen cijfers. De toren fungeerde tevens als watertoren.

Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed