Terug naar vorige pagina  
Wassenaar 1927
Voor de bouw van de watertoren in de duinen bij Wassenaar werd een open prijsvraag uitgeschreven. De jury, bestaande uit prof. Henri Evers, prof. dr. ir. D. F. Slothouwer en rijksbouwmeester ir. G. C. Bremer, vertegenwoordigde de architectuuropvattingen van de Delftse School. Evers was hoogleraar in Delft. Slothouwer, eveneens hoogleraar in Delft, had in 1924 een boek gepubliceerd over de Scandinavische bouwkunst. Bremer tenslotte behoorde tot de eerste generatie in Delft opgeleide bouwkundig ingenieurs.
Deze prijsvraag maakte duidelijk dat het ontwerpen van een watertoren voor vele vooraanstaande architecten een uitdaging betekende. Er werden 184 plannen ingezonden en alle belangrijke architectuurstromingen, waaronder de functionalisten die in de praktijk nooit een opdracht kregen voor het ontwerpen van een drinkwatertoren, waren vertegenwoordigd. Groenewegen & Merkelbach zonden een ontwerp in dat, conform de uitgangspunten van 'De 8', gebaseerd was op de vorm als resultaat van de functie. Mart Stam ontwierp naar aanleiding van deze prijsvraag een prachtige constructivistische toren, terwijl een derde functionalist, de aannemerszoon Cornelis van Eesteren, zich het enfant terrible van deze prijsvraag toonde door met twee varianten aan te tonen dat een open draagconstructie goedkoper was dan een gesloten. De varianten werden ingezonden onder de motto's '39500' en '42500', getallen die betrekking hadden op de bouwkosten van respectievelijk een toren met een open en een toren met een gesloten onderbouw. Voor de bouw van de watertoren was een budget van 70.000 gulden beschikbaar.


Bij de eerste schifting vielen deze plannen snel af omdat ze niet voldeden aan de esthetische opvattingen van de jury, en de keuze om de eerste prijs toe te kennen aan het ontwerp 'H20' van J. P. L. Hendriks, was dan ook niet verwonderlijk. Het ontwerp voor deze toren sloot nauw aan bij de architectuur van de Delftse School en vertoonde invloeden uit de Scandinavische bouwkunst. Evenmin verwonderlijk waren de furieuze reacties van de functionalisten op deze keuze. Het diepgewortelde verschil van inzicht over vormgeving tussen deze hoofdstromen in de Nederlandse architectuur begon zich rond die tijd scherp af te tekenen en kwam ook in deze discussie sterk tot uitdrukking.
A. H. van Rood, die watertorens had ontworpen voor de Hoogovens en ook een ontwerp had ingezonden voor de prijsvraag, verweet de jury in het Bouwkundig Weekblad dat ze de 'zieligheid van het esthetiseeren' had gewaardeerd met haar beoordeling van de ingezonden plannen. Van Rood vond dat de functie van een gebouw in het ontwerp tot uitdrukking gebracht moest worden. Ook Cornelis van Eesteren mengde zich in de discussie, hij schreef in i10, het orgaan van de 'rationalisten', dat een watertoren net als elk ander ding een eigen vorm behoort te hebben, die uit de functie en het materiaal voortkomt.

Bron: Watertorens in Nederland

5 Leeg


1927-162
Bron: Bouwkundig Weekblad Architectura Jaargang 1927 pag 162 2e Prijs. Ontwerp van B. van der Lecq (bij de uitslag staat Leeg)
  Bron: Bouwkundig Weekblad Architectura Jaargang 1927 pag 165
   
3  

 

1e Prijs. Ontwerp van J.P.L. Hendriks  
Bron: Bouwkundig Weekblad Architectura Jaargang 1927 pag 164  
   
01 Wassenaar

Nr. 320
Principe van opbouw: De gewelfde reservoirvloer brengt de belasting over op de omspannende gewapend betonring. De ring wordt gedragen door 8 gewapend beton kolommen, welke voor vormverandering behoed zijn door 4 gewapend betonringen. Het geheel is gefundeerd op een gewapend betonplaat. De leidingen gaan op in een centrisch opgestelde schacht, waaromheen zich de trap wentelt. Vanaf de trap zijn de leidingen op ieder punt bereikbaar. De lekvloer wordt gedragen door balken welke rusten op de buitenkolommen en de kolommen opgesteld in de leidingschacht. Van de lekvloer naar de loopbruggen ijzeren ladders en klimijzers. Ter plaatse van de klimijzers glazen bouwsteenen ter verruiming der klimgaten en ter verlichting der gangen.

Materiaal: Gewapend beton, glas in met lood omkleed ijzeren ramen. Glazen bouwsteen, afdekking van betondichting. Afwerking: Afgeschuurd met muisgrijskleurige sterke edel portland cement-specie. Ramen lood naturel. Afdekking zwart.

  Bron: Menno ter Braak
   
p2  

316. TEGF, 1928, prijsvraag-inzending Wassenaar.

314. Wassenaar,1928, ontwerp: MABEG/J.P.L. Hendriks, hoogte: 47,50 m, betonnen holbodemreservoir, inhoud: 500 m3.

318. '42500', 1928, ontwerp: Cornelis van Eesteren en
G. Jonkheid, prijsvraaginzending Wassenaar.

319. '39500', 1928, ontwerp:
Cornelis van Eesteren en
G. Jonkheid, prijsvraaginzending Wassenaar.

320. '0,345 0,00277', 1928, ontwerp: Groenewegen & Merkelbach,

3

Bron: Watertorens in Nederland  
   
illustratie Kart Stam
MART STAM, ARCH. ROTTERDAMĀ  ONTWERP WATERTOREN  
   
Zwiers

6

3e Prijs. Ontwerp van H.T. Zwiers  
Bron: Bouwkundig Weekblad Architectura Jaargang 1927 pag 165